Hoofdstuk 3: Apparatuur

In de keuken gebruik je verschillende soorten keukenaparatuur. Weet jij de verschillende apparaten te herkennen en weet je ook waarvoor ze gebruikt worden?

Het fornuis

Gas of inductie

Veiligheid voor alles

Een friteuse wordt gebruikt voor het frituren van aardappelen, groenten, vlees-, vis- en eiergerechten. En natuurlijk producten met een vulling zoals kroketten, bitterballen, loempia's.

Lekker vet

Een frituur is een pan met frituurolie, die verhit wordt door elektriciteit of gas. In de frituur kan je verschillende soorten vetstoffen gebruiken.

Power!

De magnetron is niet meer weg te denken uit de keuken. Een magnetron werkt volgens het principe van microgolfstraling. Je kan een magnetron instellen op vermogen.

Binnenstebuiten

Een magnetron is vooral handig voor het à la minute opwarmen van kleine hoeveelheden, bijvoorbeeld een kop soep of wat groenten. In combinatie met hete lucht kun je nog wat kleur aan het product geven.

Bakplaat, grillplaat, toaster

Aangebrand?

Bij het bakken op de bakplaat gebruik je vaak minder vetstof dan bij het bakken in de koekenpan.

Stoomkracht

Een steamer lijkt qua grootte op een oven. Een steamer wordt vaak gebruikt om grote hoeveelheden groente, aardappelen, rijst of pasta te koken of te regenereren.

Geen amfibie

De salamander lijkt op een open oven met bovenin een warmte-element, maar heeft geen deuren om af te sluiten. Ze zijn voorzien van één of meer gasbranders of elektrische elementen. Salamanders die op gas werken hebben straalbranders die zorgen voor een gelijkmatige verhitting over het hele grilloppervlak.

Meer ontdekken over leren en werken in de horeca? Kijk op horeca.nl